Pepijn van der Gulden, journalist. Meer info

Politicoloog en socioloog, werkt bij Quest. Dat blad vol weetjes.

Denkt, draalt, dwaalt, zo nu en dan ook in tekstvorm – serieus of licht.
Dit is mijn archief. (vroeger was alles beter, maar ik niet)

Mail meStalk me


Nieuws, columns, analyses, gebbetjes

Inhoudsopgave

Navigeer met pijltjestoetsen


Dit stuk is geplaatst op
23/09/2013 om 17:48

Delen delen delen!

Religie en wetenschap

Hoewel wetenschap en religie vaak als tegenpolen worden beschreven - de ene op zoek naar de waarheid, de ander juist stug vasthoudend aan een eigen werkelijkheid - zijn beide in de basis op hetzelfde gericht. Een verklaring bieden voor de werking van de wereld, de rol van de mens hierbinnen, en de geschiedenis en toekomst van het universum. In een tijd dat wetenschappelijke kennis niet voorhanden was, bood religie een alomvattend antwoord. Het kon bliksem en donder, de zon en de sterren, en de zee en het land verklaren, en bood bovendien een legitimering voor de rol van de mens.

Het belang van een dergelijk wereldbeeld te onderschatten zou onverstandig zijn. De aarde is een wonderlijke plek. Ondanks dusdanig goede omstandigheden dat wij mensen in staat zijn ons voortbestaan te garanderen, kunnen het weer, de omgeving en anderen grote obstakels vormen. Te willen verklaren hoe en waarom dit zo is, is niet meer dan een logische drang. De gedachte dat er 'iets' achter tegenslagen en oerkrachten moet zitten is daar een verlengde op. Religie biedt kortom, in een tijd waarin kennis gebrekkig is, een goed alternatief voor wetenschap.

Naarmate de wetenschappelijke kennis toeneemt, neemt het aantal te verklaren fenomenen af. Daarmee neemt ook de noodzaak voor religie af. Er zijn nu panklare antwoorden voor alle vormen van weersomstandigheden, vulkanen, pestepidemieën, genetische afwijkingen, et cetera. Hoewel wetenschap religie niet feitelijk heeft ontkracht, is de kernboodschap wel in waarde gedaald. Religie kent immers drie aspecten toe aan het menselijk bestaan: noodzakelijkheid, functionaliteit en importantie.

  • Noodzakelijkheid: in het christelijk wereldbeeld zijn de mensen een schepping van God in Zijn evenbeeld. God kon pas rusten nadat de mensen geschapen waren.
  • Functionaliteit: Mensen vervullen een kerntaak, gewoonlijk het bewandelen van de heilweg, richting hemel. Het leven is kortom geen kwestie van wachten op het naderend einde, maar een manier om het hogere te bereiken.
  • Importantie: Gelieerd aan noodzakelijkheid, zijn de mensen de ware lievelingen van de schepper, terwijl al het andere daaromheen draait. De dieren en het land zijn geschapen zodat de mens zich van voldoende eten kon voorzien, en de sterren bieden hulp bij de navigatie.

Elk van deze aspecten is grondig door elkaar geschud ten gevolge van de oprukkende wetenschap. Het meest aangetast is de importantie van de mens. Binnen een geocentrisch wereldbeeld stond de aarde centraal, met daarin de mens als hoeder. Sinds het heliocentrische wereldbeeld vat heeft gekregen en het besef over de immensiteit van het universum toeneemt, moet geconcludeerd worden dat wij mensen feitelijk een minimaal fenomeen zijn op een kleine planeet in een afgelegen zonnestelsel, in een afgelegen melkwegstelsel in een oneindig groot universum. We zijn, met andere woorden, niet bijzonder. Het meest bijzondere aan de mens is wellicht dat zij zichzelf zo bijzonder acht. De kennis over DNA en de geschiedenis van de aarde leert ons verder dat de mens niet geschapen is, maar als soort ontstaan is als gevolg van een redelijk toevallig proces van mutaties, selecties en evolutie. Het menselijk bestaan lijkt dus geen noodzakelijkheid. Functionaliteit als laatste is nog het meest intact. Of de laatste adem ook het eindstation is, kan de wetenschap noch bewijzen noch ontkrachten. Het is dus niet uit te sluiten dat wij mensen ergens naar op weg zijn. Nu we weten dat de ontberingen die we op onze weg vinden niet het gevolg zijn van directe interventie van een hogere mogendheid, maar van hoge en lage drukgebieden, celmutaties of slechte hygiëne, kunnen we echter moeilijk volhouden dat het leven een obstakelbaan is, met als eindstation het hemelrijk.

Er is dus een trend zichtbaar waarbij de rol van religie afneemt. Toch blijft religie een rol houden. Religie blijft een verklaring bieden, daar waar de wetenschap tekort schiet. Dit leidt tot een verschuiving van verklaringen. Waar voorheen god de schepper was van de mens en alle levende dieren op aarde, alsmede de aarde zelf in zijn huidige vorm, is god nu de schepper van het proces dat tot de aarde zoals we hem kennen leidde. De rol van religie blijft dus hetzelfde; tot nog toe onbekende fenomenen verklaren, totdat die fenomenen ook een verklaring hebben.

Dit biedt een redelijk symbiotisch beeld van wetenschap en religie. Religie biedt 'zachte' verklaringen waar de 'harde' wetenschap nog geen antwoorden biedt. Zodra wetenschap uitbreidt, schuift religie op naar tot dan toe onbekend terrein. Weliswaar leiden deze verschuivingen tot ondermijning van de kernbegrippen van religie, namelijk functionaliteit, noodzakelijkheid en importantie, maar religie past zich aan om deze weer terug te brengen.

Men kan zich afvragen of deze veranderende ‘krachtsverhouding’ van religie en wetenschap onbeperkt doorgaat. Dit is afhankelijk van de vraag of wetenschap op den duur de ‘grote vragen’ volledig kan beantwoorden. Het lijkt mij niet mogelijk dat de wetenschap uiteindelijk kan verklaren. Uiteindelijk zal god wellicht slechts de initiator van de oerknal zijn, maar ook dit is een wezenlijk aspect. Religie zal dus altijd een antwoord kunnen blijven bieden op het ultieme begin, dat de wetenschap schuldig moet blijven.

Wel kan het beschreven proces op andere wijze tot ontkerkelijking leiden. Wetenschap heeft keer op keer bewezen dat fenomenen die verondersteld werden een hogere betekenis te bezitten - de bliksem, de pest, voortplanting - mechanistische verklaringen hebben. Men zou kunnen deduceren dat ook de fenomenen die we nog niet kunnen verklaren, een soortgelijke verklaring moeten hebben. We hebben immers nooit bewijs gevonden voor een god, maar wel keer op keer voor ontbrekende invloed op bepaalde gebieden. Het patroon is duidelijk, maar heeft geen voorspellende waarde en impliceert zeker geen noodzakelijkheid. Het hoeft religieuzen daarom niet te overtuigen dat god niet bestaat.




Gefeliciteerd, u bent de eerste die deze site heeft uitgelezen! U wint een geheel verzorgde midweek Vlieland. Mail mij met als onderwerp 'Ik heb tijd over' om uw prijs te innen. (enkel geldig als u niet stiekem stukjes hebt overgeslagen!)