Pepijn van der Gulden, journalist. Meer info

Politicoloog en socioloog, werkt bij Quest. Dat blad vol weetjes.

Denkt, draalt, dwaalt, zo nu en dan ook in tekstvorm – serieus of licht.
Dit is mijn archief. (vroeger was alles beter, maar ik niet)

Mail meStalk me


Nieuws, columns, analyses, gebbetjes

Inhoudsopgave

Navigeer met pijltjestoetsen


Dit stuk is geplaatst op
20/10/2014 om 16:18

Delen delen delen!

Geluk = pijn

Wat is geluk? Veel plezier en weinig pijn, luidt de simpelste omschrijving. Een grove leugen. Pijn is fijn.

De hoogste staat van geluk bereik ik op mijn racefiets. Niet in lichte tred met de handen op het stuur, gestreeld door een vrolijk dansend lentezonnetje met een tintelend briesje in de rug. Echt genot bereik ik door de natuurkrachten te verslaan in plaats van ze te aanbidden. Als de wind een vijand is en de zon een bedreiging.

Het begint gewoonlijk onschuldig. Even de vorm testen. Het tempo iets omhoog. Mijn pezige benen onder lichte spanning laten draaien. Volledig bewust van elke beweging over het asfalt rollen. Een lichte zoef in de oren, lieflijk door de bochten glijdend. In balans met fiets en terrein.

Glijden blijkt al gauw niet genoeg meer. Weg met de balans. Ik voer mijn beentempo langzaam op. De handen glijden onder in de beugels, de rug bolt. De lucht brengt ruis in de oren, blaast op het gezicht. Een vreemde spanning groeit in de bovenbenen. Zo voelt kracht zetten met elke trap.

Maar dat is slechts het begin. Ik wil beuken en versnel almaar door. De benen kunnen jachtiger draaien, de ketting een tandje zwaarder. Ik zet door tot een beestachtig en genadeloos tempo. Het eerste slachtoffer van deze wreedheid zal ik zelf zijn.

De spanning in mijn bovenbenen verandert in pijn. Alsof de trappers vastroesten wordt elke beweging zwaarder. Alles kost kracht. Mijn longen persen koortsachtig lucht naar binnen en buiten. Ze puffen om het geraas bij te benen. Mijn hart gaat als een bezetene te keer.

Als een tafellaken wordt het asfalt razendsnel onder mijn fiets door getrokken. Elke kiezel, elk kuiltje galmt na in de tot het krankzinnige opgepompte bandjes en echoot in mijn ruggengraat. De wind barst open op mijn strakgespannen gezicht en jaagt door de gleuven in mijn helm. De ontploffende hitte probeert zich via mijn hoofd een weg naar buiten te banen. Dikke klodders zweet kletteren langs mijn helm naar beneden.

Alle alarmsignalen gaan op rood, maar krijgen geen gehoor. De benen worden overschreeuwd door de geest. Er zijn andere prioriteiten. Mijn lichaam begint te weigeren, maar mijn hoofd wil meer. Mijn hart klopt overal. In mijn hoofd, in mijn longen, in mijn met Brintapap gevulde benen. De trappers moeten blijven draaien. Niet vertragen, niet nú. Steeds de pijn doorbreken. Opgeven kan later nog. Tempo houden. De onzichtbare duivel voorblijven. Het bijna zichtbare paradijs betreden. Doorgaan zolang alle organen functioneren.

Zomaar stoppen met trappen kan niet. Dat kan pas bij de bocht. In de bocht. Na de bocht. De volgende bocht.

Stoppen met trappen kan niet. Niet tot het niet anders kan.

***

Jezelf tot het uiterste drijven. Met één doel. Gaan. Geen heden, verleden of straks, alleen de volgende meters, wind, hijgen, brullende benen. Ogen op oneindig. Harder, langer, verder. Primitieve gedachten die alles vergen. Jezelf overtreffen. Voorbij ingebeelde grenzen.

Dat is geluk.




Gefeliciteerd, u bent de eerste die deze site heeft uitgelezen! U wint een geheel verzorgde midweek Vlieland. Mail mij met als onderwerp 'Ik heb tijd over' om uw prijs te innen. (enkel geldig als u niet stiekem stukjes hebt overgeslagen!)