Pepijn van der Gulden, journalist. Meer info

Politicoloog en socioloog, werkt bij Quest. Dat blad vol weetjes.

Denkt, draalt, dwaalt, zo nu en dan ook in tekstvorm – serieus of licht.
Dit is mijn archief. (vroeger was alles beter, maar ik niet)

Mail meStalk me


Nieuws, columns, analyses, gebbetjes

Inhoudsopgave

Navigeer met pijltjestoetsen


Dit stuk is geplaatst op
16/09/2013 om 19:30

Delen delen delen!

Syrië

Of er ingegrepen moet worden in Syrië naar aanleiding van de gifgasaanval is een complex vraagstuk. Krachtige argumenten vóór ingrijpen staan tegenover sterke tegenargumenten. De argumenten zijn in de afgelopen dagen voldoende voorbij gekomen. Kortweg zou het samengevat kunnen worden als: er is moreel reden in te grijpen om te zorgen dat de Syrische overheid niet wegkomt met deze misdaad, maar dit ingrijpen zal niet bijdragen aan oplossing van het conflict en bovendien partijen die zelf ook oorlogsmisdaden begaan helpen. Het is daarom niet duidelijk wat te doen.

Een mooie mogelijkheid om een dergelijke dilemma te ontvluchten is om in woord de ene kant te kiezen, maar in daad de andere. Dit doen zij die zeggen alleen voor ingrijpen te zijn als dit gesteund wordt door de Verenigde Naties (VN). De VN vertegenwoordigt immers de internationale gemeenschap. Enkel indien de internationale gemeenschap als geheel meent dat ingrijpen rechtvaardig is, moeten we dit doen; anders is slechts sprake van het eenzijdig opleggen van onze eigen normen.

Om een VN-mandaat voor ingrijpen te creëren dienen niet slechts een meerderheid van lidstaten in te stemmen, maar ook alle vijf leden van de VN-veiligheidsraad. Van deze leden, de VS, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Rusland en China staat vast dat de laatste twee tegen zullen stemmen. Het is vrijwel ondenkbaar dat China of Rusland hun positie aanpassen, maar slechts als beide landen dit doen relevant, omdat elk afzonderlijk een veto kan uitspreken. De positie vóór, indien internationale steun is dus in de praktijk tegen, tenzij een godswonder.

Los van het feit dat deze voorstanders in de praktijk dus tegenstanders van militair ingrijpen zijn, is de positie zelf ook vreemd. De reden waarom ingrijpen in Syrië rechtvaardig zou kunnen zijn, is gegrond in morele argumenten op basis van mensenrechten. We menen dat de Syrische overheid een onacceptabele misdaad tegen haar eigen bevolking heeft begaan, die internationaal ingrijpen rechtvaardigt.
Welk verschil maakt het wanneer China en Rusland tegen zijn? China is sinds jaar en dag een autoritaire éénpartijstaat waarin afwijkende personen weggestopt, gemarteld en eventueel vermoord worden. Rusland is onder Poetin eveneens verworden tot een autocratie, waarbinnen het lot van homoseksuelen recentelijk in de aandacht is, maar de bevolking als geheel geen vrijheid van meningsuiting en andere vrijheden geniet. Zijn dit geschikte landen om te oordelen over de mensenrechtensituatie in een ander land?

Dat tegenstand van de internationale gemeenschap, lees van China en Rusland, lees van twee mensenrechten schendende autocratieën, een beletsel zou kunnen vormen voor de morele rechtvaardiging van ingrijpen om mensenrechten te handhaven is daarom vrij absurd. Het is de ene beul vragen het gedrag van de andere beul te veroordelen
Hooguit zou tegenstand van de 'internationale gemeenschap' gebruikt kunnen worden als rationeel argument om niet in te grijpen: we willen deze twee kernmachten niet tegen de haren instrijken, maar moreel gezien maakt het geen verschil.




Gefeliciteerd, u bent de eerste die deze site heeft uitgelezen! U wint een geheel verzorgde midweek Vlieland. Mail mij met als onderwerp 'Ik heb tijd over' om uw prijs te innen. (enkel geldig als u niet stiekem stukjes hebt overgeslagen!)