Pepijn van der Gulden, journalist. Meer info

Politicoloog en socioloog, werkt bij Quest. Dat blad vol weetjes.

Denkt, draalt, dwaalt, zo nu en dan ook in tekstvorm – serieus of licht.
Dit is mijn archief. (vroeger was alles beter, maar ik niet)

Mail meStalk me


Nieuws, columns, analyses, gebbetjes

Inhoudsopgave

Navigeer met pijltjestoetsen


Dit stuk is geplaatst op
17/02/2014 om 13:51

Delen delen delen!

PDOJ-logo

Dagje wasschool

Zes trommels draaien, maar er is maar één aanwezige. Een man van rond de dertig, keurig geknipt, Nederlands uiterlijk, zit op het bankje tegenover de wasmachines. Hij begroet in het Engels. Zal dus wel een Pool zijn. Met veel was. Héél veel was.

Een wasserette is als het OV. Je praat niet met elkaar. Je groet elkaar, daar blijft het bij. De Pool zit continu met zijn smartphone te spelen, afgewisseld door een blik op het klokje van de machines. Zo hoort het. Tegenover de wasmachines staat een betonnen bankje. Daarop speel je met je telefoon en luister je muziek. Komt het niet uit je eigen mp3-speler dan wel van Radio Decibel dat hier draait, al overstemmen de draaiende machines het bijna volledig.

Het gezoef van draaiende wasmachines en verouderde top40-muziek vullen lange tijd de ruimte. Toch maar vragen wat de Pool hier doet met al die was. De Pool blijkt uit Spanje te komen en Alejandro te heten. Een Spanjaard met Nederlands uiterlijk dus. Alejandro woont sinds een week in Rotterdam voor werk, leeft nog in een hotel en heeft daar geen wasmachine. Waarom dan zoveel was? De was is niet van hem, zo blijkt. Je hebt beginnelingen en wasmeesters. Alejandro is een beginneling: hij heeft zijn machine aangezet en plaatsgenomen op het bankje tegenover de apparaten. Hij blijft zolang de was draait.

De wasmeesters zijn niet aanwezig. Hun was wel. Een gedrongen vrouwtje van rond de veertig met Indonesisch uiterlijk komt vanaf café de Postbank aan de overkant op gezette tijden de trambaan over gerend om achtereenvolgens de wasmachine te vullen, de was naar de droger te verplaatsen en op te halen. Wasmeesters zijn alleen in de wasserette als het nodig is en wachten thuis terwijl de machines draaien. Ze maken er een sport van in zo kort mogelijke tijd binnen te komen en weer te vertrekken. Ze vormen veruit de meerderheid.

Dan wordt de deur met de nodige moeite geopend. Nog zo’n beginneling: ‘Hoe werkt het hier? Ik ben hier nog nooit geweest. Ik ben maar een studentje!’. Met tot de rand gevulde, paars gestreepte bejaardentrolley achter zich en volle boodschappentas in de hand strompelt Shariissa (23) de zaak binnen. Enige uitleg later begint ze vol goede moed de wasmachine te vullen. Ze wordt teleurgesteld. Zodra de machine stampvol is, maar de trolley bij lange na niet leeg, ziet ze het probleem. Alles moet over naar een groter apparaat.

Langs de wand van Het Waspunt staan tien blauwgroene wasmachines opgesteld. Acht gewone en twee grotere. De machines zijn verassend basaal. Enige keuze is de temperatuur. Elke wasbeurt kost minstens 4 euro, dus ondergoed, truien, poetsdoekjes, broeken, alles gaat bij elkaar. De wasserette oogt als een combinatie van een uitvergrote badkamer en een bedrijfsruimte. Achter het beginnersbankje is een mediterraan ogende buitenmuur met waslijn geschilderd. Tegen de achterwand staan vijf drogers. Daarvoor staat een ijzeren tafel om de was te vouwen met plastic wasmanden eronder. Alles verloopt zonder personeel, via een betaalapparaat in de hoek. Aan elke muur hangen instructiebordjes.

Onder de meesters is het ondertussen baas boven baas. Griekse Theo, kortgeschoren kop met een grote, gekleurde roos boven zijn linkeroor getatoeëerd, springt uit een zowat rijdende auto, beent naar de droger en haalt zijn was er razendsnel uit. Theo: ‘Natuurlijk ga ik naar huis. Ik ga hier toch niet een uur zitten wachten?’ Voor hij zijn zin af heeft gemaakt is hij al weer weg.

Het studentje weet haar machine eindelijk aan de praat te krijgen en gaat zitten. Haar eigen wasmachine heeft deze week onder luid verzet voor het laatst gedraaid. ‘Hij begon te trillen en er kwam een brandende geur uit. Toen durfde ik niet meer’. Ze blijkt niet de enige. José (50) komt binnen. Voorzien van Bever-boodschappentas en rugzak, beide volgeladen met was. José behoort tot de groep waarbij de wasmachine kapot is. ‘Dan is dit nummer drie’ roept een veertiger met fluorescerende jas en baseballpetje vanachter zijn droger, terwijl hij onderbroeken opvouwt. José vult de machine met witgoed en zet hem volleerd razendsnel aan. Iets te volleerd, iets te razendsnel. Wasmiddel vergeten. Hoe nu verder? Op hoop van zegen er halverwege bijgooien. Nood breekt wet.

Het is nu duidelijk. De beginnelingen zijn mensen waarvan de eigen machine het begeven heeft. Ze nemen de tijd voor hun was en zijn allang blij dat ze binnenkort weer een schone onderbroek aankunnen. De wasmeesters wonen op plekken waar geen wasmachine te vinden is. Zij weten wel beter dan wachten. Ze zijn vooral van buitenlandse afkomst en spreken niet of gebrekkig Nederlands. Zij brengen hun was mee in meerdere tassen. Eén op de rug, twee in de hand. De tassen gooien ze leeg en laten ze op de wasmachine achter. Daarmee is die geclaimd. Op naar huis, terwijl de trommel draait. Zodra het klokje afloopt sta je weer voor de deur. Timing is cruciaal.

Zo leer je veel op dag één in de wasschool. En dan blijkt het toch ingewikkelder. José hoort hier eigenlijk niet. Haar wasmachine is al weer gemaakt. Toch komt ze weer langs. ‘Ik miste het loopje. Ik kom nog even. Ik vind het eigenlijk wel gezellig altijd zo met zijn allen. Moeders die de was van hun kinderen doen en zo.’ Het beginnersbankje is blijkbaar verslavend. Geruststellend voegt ze er aan toe: ‘Ik bouw het langzaam af hoor’.




Gefeliciteerd, u bent de eerste die deze site heeft uitgelezen! U wint een geheel verzorgde midweek Vlieland. Mail mij met als onderwerp 'Ik heb tijd over' om uw prijs te innen. (enkel geldig als u niet stiekem stukjes hebt overgeslagen!)