Pepijn van der Gulden, journalist. Meer info

Politicoloog en socioloog, werkt bij Quest. Dat blad vol weetjes.

Denkt, draalt, dwaalt, zo nu en dan ook in tekstvorm – serieus of licht.
Dit is mijn archief. (vroeger was alles beter, maar ik niet)

Mail meStalk me


Nieuws, columns, analyses, gebbetjes

Inhoudsopgave

Navigeer met pijltjestoetsen


Dit stuk is geplaatst op
19/11/2019 om 22:51

Delen delen delen!

Kunstmatige overschatting

Sinds enige tijd hoor je bang te zijn dat computers ooit slimmer worden dan wij. Als je helemaal bent ingelezen, noem je het punt waarop dat gebeurt technologische singulariteit.

Ik durf te beweren dat we ons nergens zorgen over hoeven te maken. Totdat een computer mij op mijn ongelijk wijst, tenminste.

Maan in je broek
Computers konden altijd al sneller rekenen dan wij. Aan die rekenkracht namen we nooit aanstoot. Sterker nog, dat vonden we wel handig, daarom waren we juist begonnen aan dat project met elektronenbuizen en later transistoren.
Met de jaren zijn computers steeds sneller geworden. En sneller. En nog sneller, zo snel dat de processor in je mobiel met het grootste gemak een maanmissie zou kunnen laten slagen, hoor je dan. Die processor zal wel balen dat hij het moet houden bij het verwerken van dickpics.
De computer kan dus sneller rekenen dan dat-ie voorheen kon. Dat is het dan. Klaar, basta.

Alles is rekenen
Goed, er is natuurlijk wel iets veranderd. Vroeger zou je computer die dickpic niet herkend hebben, nu wel. Foto's herkennen valt plots ook onder het repertoire
Toch ligt dat in het verlengde van het voorgaande. De truc is dat computers nu veel meer problemen als een rekenprobleem kunnen aanpakken. De computer kan het rekenprobleem zelfs ontdekken, als je hem maar een brei aan data geeft. Door daarin te grasduinen, vindt-ie met wat geluk onverwachtse verbanden. Dat noemen we kunstmatige intelligentie.
Dat een computer daarmee een schaakgrootmeesters verslaat, is nog niet zo verrassend. We kunnen ons een wiskundige aanpak indenken bij schaken. Computers die plaatjes herkennen, raken ons meer. Beeld associëren we niet met getallen. Integendeel. Een begaafd kunstschilder zou toch nooit een accountantskantoor kunnen runnen?

Maak geen illusies
Zulke toepassingen van computerkracht buiten het directe eigen werkveld, wekken de indruk dat elke taak bedwongen kan worden met genoeg rekenkracht. Zeker de menselijke, want wat zijn onze eigen visuele vermogens nou meer dan wat rekensommetjes? Onze hersenen leren patronen te herkennen, zonder dat we nou direct kunnen uitleggen waarin een koe en een gevlekt paard verschillen.
De mens is dus ook maar een soort opgevoerde rekenmachine. Alleen dan het voorlaatste model, in vergelijking met de computer. Als mens moet je Ivo Niehe heten om zeven talen te beheersen, Google Translate polyglot een veelvoud. Het kan niet anders: de computer grijpt om zich heen en zal de mens vroeg of laat voorbijstreven, op basis van ruwe rekenkracht. Daar heb je die singulariteit weer.
Zelfs heel wat technisch onderlegde mensen vrezen dit scenario. Veel whizzkids denken nou eenmaal dat elke uitdaging ten diepste een technisch probleem is. Dan lost rekenkracht inderdaad alles op. Er waren ooit nerds die dachten dat het internet gelijke kansen zou brengen voor alle mensen, en er waren nerds die dachten dat een digitale cryptomunt banken buitenspel zou zetten. Nu zijn er nerds die denken dat een slimme computer ooit wél een zinnig betoog schrijft over kunstmatige intelligentie.

Computer rekent door
Maar is de computer werkelijk zoveel opgeschoten sinds Bill Gates bedacht er vensters in te tekenen? Op fundamenteel niveau dan, want niemand ontkent de blijvende impact van de dickpic.
Als een computer schaak speelt of foto’s analyseert doet-ie precies wat-ie altijd al deed: rekensommetjes maken. Dat trucje valt nog breder toe te passen, en dus grijpen computers ongetwijfeld in meer domeinen de macht. Veel van onze processen bevatten nou eenmaal een bepaalde systematiek. Anders hadden we bijvoorbeeld onze taal zelf ook niet begrepen. Zonder er een snars van te begrijpen, levert een computer een perfecte vertaling af.
Zo zou een computer ook recht kunnen spreken, door een strafdossier te bestuderen en te vergelijken met tienduizenden andere zaken. Daarin is kunstmatige intelligentie meer dan welkom: het presteert misschien wel constanter dan de wispelturige mens.

Domme kracht
Allemaal leuk en aardig, maar die rekentrucjes maken computers nog niet intelligent. Ook een Pentium III uit 1999 had bovengenoemde taken kunnen uitvoeren, al had de uitkomst langer geduurd.
Als ik zelf voldoende rekenkracht had, kon ik berekenen welk vlekkenpatroon een kruising van een koe en een gevlekt paard zou opleveren. Een klassieke computer kon dat technisch gezien al, een moderne doet het in een fractie van een seconde.
Maar ik bedenk in diezelfde fractie dat zo’n berekening nergens op slaat. Dat lukt die razendsnelle computer net zomin als zijn antieke voorganger. Daar verandert geen dickpic iets aan.




Gefeliciteerd, u bent de eerste die deze site heeft uitgelezen! U wint een geheel verzorgde midweek Vlieland. Mail mij met als onderwerp 'Ik heb tijd over' om uw prijs te innen. (enkel geldig als u niet stiekem stukjes hebt overgeslagen!)