Pepijn van der Gulden, journalist. Meer info

Politicoloog en socioloog, werkt bij Quest. Dat blad vol weetjes.

Denkt, draalt, dwaalt, zo nu en dan ook in tekstvorm – serieus of licht.
Dit is mijn archief. (vroeger was alles beter, maar ik niet)

Mail meStalk me


Nieuws, columns, analyses, gebbetjes

Inhoudsopgave

Navigeer met pijltjestoetsen


Dit stuk is geplaatst op
2/10/2013 om 12:56

Delen delen delen!

Technologie

Scherm op de toekomst

Het voorspellen van technologische vooruitgang is zoals elke toekomstvoorspelling een hachelijke zaak. Vooruitkijkend liggen alle opties open en kan er van alles gebeuren. Terugkijkend lijkt alles logisch noodzakelijk tot de feitelijke uitkomst te hebben moeten leiden. Waar voorspellingen over de opkomst van China en neergang van de VS decennia beslaan, en men dus pas laat kan worden aangekeken op fouten, is het voorspellen van de komende vijf jaar in technologische vernieuwing al een opgave op zich. Toch ga ik me er aan wagen.

Om te beginnen moet ik een ontwikkeling schetsen. Een jaar of tien geleden had iedereen slechts een personal computer. Een grote kast onder het bureau, met een groot scherm op het bureau. Hoewel de pc in vorm veranderd is, bestaat deze in wezen nog steeds onveranderd. Wel zijn er andere apparaten bijgekomen, zoals mobiele telefoon, laptop en later de tablet. In eerste instantie had elk apparaat een specifieke eigen functie. De mobiele telefoon was strikt voor bellen en het versturen van korte berichten, terwijl computers voor tekstverwerking en e-mailen waren. Hoewel de variëteit aan apparaten toenam, gingen deze in functie en vorm steeds meer op elkaar lijken. Computers werden lichter en meer handzaam, mobiele telefoons kregen meer functionaliteit.

Zo is er een duidelijke ontwikkeling te zien. In het begin waren er enkele apparaten met een duidelijk afgebakende functie. De pc was groot en log en geschikt voor tekstverwerking en e-mail. Aan het andere uiterste stond de mobiele telefoon; licht, draagbaar maar tot weinig in staat. Langzaam heeft het spectrum zich uitgebreid en kregen apparaten overlappende functionaliteit. Waar voorheen vorm en functionaliteit duidelijk verschilden, zijn deze steeds meer gaan overlappen. Met een computer kun je tegenwoordig bellen, en met een telefoon tekstverwerken.

Er is dus meer verscheidenheid in vorm ontstaan, maar juist meer overlap in functionaliteit. Elk apparaat kan nu mailen, chatten en bellen, ongeacht de grootte van het scherm of de aan- of afwezigheid van een toetsenbord. Deze uniformering heeft ook zijn weerslag op de software, die interessant genoeg geen gelijke tred heeft weten te houden met de ontwikkeling in hardware. Waar technisch gezien sprake is van een continuüm van groot naar klein, zonder duidelijk breekpunt, is op softwaregebied nog wel een duidelijk onderscheid zichtbaar.

Sinds jaar en dag domineert Microsoft de markt van de computers, met Windows. Vrijwel elke desktopcomputer en laptop draait nog op Windows. Op vrijwel mobiele telefoons en tablets (behalve die van Apple) draait Android van Google. Daardoor draaien kleine apparaten nu op software van Google, en grote op die van Microsoft, hoewel ze in hoofdzaak dezelfde functionaliteit hebben. Zowel Microsoft als Google probeert hun macht uit te breiden. Met Windows (Phone) 8 heeft Microsoft een interface uitgebracht die zowel op gewone computers als op touchscreens uit de voeten kan. Google probeert zich vanaf mobiele telefoons, via tablets te nestelen op grotere apparaten.

Wie deze slag gaat winnen wordt steeds belangrijker, om twee redenen. In de eerste plaats is content meer en meer verbonden aan het besturingssysteem. Wie Google’s Android gebruikt, krijgt ook Google’s muziek-, film-, boek- en appwinkel erbij. Microsoft voert sinds Windows 8 eenzelfde strategie. In de tweede plaats zullen het scherm en het medium meer onafhankelijk worden. Welk apparaat men ook gebruikt, of dit nu telefoon, laptop of televisie is, men zal de eigen bestanden en personen beschikbaar willen hebben. Om dit mogelijk te maken moet elk apparaat op hetzelfde besturingssysteem draaien, van klein tot groot. Kortom, in de toekomst zal men ongeacht apparaat dezelfde mogelijkheden hebben, en op elk apparaat zal dezelfde downloadwinkel beschikbaar zijn. Wie deze winkel beheert, heeft goud in handen.

Dit is de reden waarom meerdere bedrijven nu dezelfde strategie volgen. Apple, Microsoft, Google en Amazon (en in mindere mate de hardware producenten Sony en Samsung) brengen hun eigen telefoons, tablets, en computersoftware, gebonden aan eigen muziek-, film- en softwarewinkels om zo consumenten in het hele palet te bedienen. Voor het besturingssysteem wordt weinig of geen geld gevraagd, de hardware wordt met minimale marge verkocht, opdat consumenten maar gebonden worden aan de eigen winkel.

Wie deze strijd gaat winnen? Dat is onduidelijk. Wellicht kunnen meerdere ‘ecosystemen’ naast elkaar blijven bestaan, maar dit brengt problemen met zich mee. Aangezien aankopen gebonden zijn aan het systeem, kunnen gebruikers niet zomaar overstappen van Apple iTunes naar Google Play; daarbij gaat hun bibliotheek zo goed als verloren. Gebruikers hebben er dus baat bij dat één systeem gaat overheersen.

Tegelijk zal overheersing van één enkel systeem tot monopolievorming leiden en dus tot hogere prijzen. Elk systeem is dusdanig aaneengesloten dat het nooit geaccepteerd zal worden zodra het een te groot marktaandeel verwerft. De huidige situatie van meerdere partijen is dus onhoudbaar, evenals de situatie van overheersing door één marktpartij. We kunnen slechts afwachten hoe dit schijnbare dilemma opgelost wordt.




Gefeliciteerd, u bent de eerste die deze site heeft uitgelezen! U wint een geheel verzorgde midweek Vlieland. Mail mij met als onderwerp 'Ik heb tijd over' om uw prijs te innen. (enkel geldig als u niet stiekem stukjes hebt overgeslagen!)