Pepijn van der Gulden, journalist. Meer info

Politicoloog en socioloog, werkt bij Quest. Dat blad vol weetjes.

Denkt, draalt, dwaalt, zo nu en dan ook in tekstvorm – serieus of licht.
Dit is mijn archief. (vroeger was alles beter, maar ik niet)

Mail meStalk me


Nieuws, columns, analyses, gebbetjes

Inhoudsopgave

Navigeer met pijltjestoetsen


Dit stuk is geplaatst op
5/03/2015 om 17:42

Delen delen delen!

Dostojevski, here I come

Om mijn stijl te verbeteren schrijf ik veel. Vaak volledig onzinnig, soms slechts een beetje. Dag in dag uit probeer ik de top te bereiken. Al typend oogt het verrassend goed. Spitsvondig, gestileerd, creatief. Zodra ik het document de volgende dag open, is het wanstaltig. Dag in, dag uit.

Toegegeven, wie niet elk derde woord onnodig van een spatie voorziet en die vermaledijde d’s en t’s met enige regelmaat op de juiste plek zet, springt er al positief tussenuit. Maar in het land der woordblinden is zelfs een assistent-notaris koning. Je koopt er niet gek veel voor.

Nee, mijn gebrek ligt niet in kofschipkennis of tussen-n-knowledge. Het is de kunst zinnen te laten stromen als een bergbeekje, geleidelijk en zonder rimpeling aan het oppervlak, á la Dostojevski. Bij mij volgt op elke tweede zin een stroomversnelling of dam. 864 pagina’s Misdaad en straf glijden er makkelijker in dan mijn kortste pennenvrucht.

Goed, pennenvrucht is een verboden woord, daar hoef je geen grootmeester woordschaak voor te zijn. Maar waarom klinkt het ene woord goed en het ander niet? Waarom glijden letters geolied naar binnen of stuiteren ze stotterend tegen de binnenkant van je hersenpan? Wat maakt lezen lekker? Dat zijn de vragen die ik mij geregeld stel.

Duidelijk is dat allitereren aangenaam is. Rijm is wellicht licht infantiel, maar geeft toch enige stiel. Metaforen tintelen de geest als een lieveheersbeestje dat een ontblote voetzool oversteekt. Kort, snel is goed. Kloeke woorden uit de tijd dat ongedwongen sofisticatie nog bij een goed paar lakschoenen inbegrepen zat, gaan erin als Friese stroopkoek.

Ook goed: zinnen die als een op hol geslagen Arabische volbloed voortrazen, zich langs uitweidingen, komma’s en bijzinnen slalommen, snel, vlug, direct, of juist in dromerig zomeravondtempo door schier eindeloze aaneenrijgingen van gedachten en mijmeringen flaneren, als een verliefd stel in de Parijse avondzon, bocht na bocht volledig in balans. Taal is een feest.

Maar het zijn slechts simpele stelregels, en zelfs daar zijn twijfelgevallen. Ja, discussie met jezelf geeft je tekst iets urgents. Maar toch, het heeft iets belerends. Toegegeven, dat kan van pas komen, maar moet je dat wel willen? En zeker, hoe archaïscher, hoe meer ik mij verkneukel. Maar leesbaarheid lijdt onder te ruimhartig larderen met exquise relicten uit de tijd van Couperus. Stelligheid loont, dat wel. Misschien ook niet, denk ik. Engels, ik hou er van, but some hate it.

En hoe dan ook, gouden regels zijn het allemaal niet. Graag introduceer ik een Schrijf van 5, maar taal is geen wiskundeformule.

Wie velt het taaloordeel bij gebrek aan een rekenjuf? Mijn eigen hoofd hobbelt kwiek voort op de door mij uitgezette woordtocht. Maar is het wel een verfrissende tekstreis of heb ik een zinnenspeurtocht met gevaarlijke afgronden en flinke drempels uitgezet?

Schrijven is als schilderen, willen ervaringsdeskundigen nogal eens schetsen. Een gemakzuchtige vergelijking, daar niet van, en veel schiet je er niet mee op. Zeker, echte schrijvers lijken de toetsen slechts licht te beroeren, te kussen bijna, als een jong hertje dat voor het eerst triptrappelt over dampend mos. Maar aan de andere kant: Van Gogh verdiende wereldfaam om zijn ruwe penseelstreek. Precies gefriemel met vrolijke kleuren heet gewoonlijk kitsch. Kan mijn geschrijf ook met ruwe halen en de dikke kwast?

Al het geneuzel ten spijt, het voornaamste probleem is: ik wil helemaal niet horen waaraan het schort. Ik wil geen echte kritiek ontvangen. Ik wil niet horen dat ik niet schrijven kan. Niet horen tot de talloze ‘creatieven’ met beperkt talent.

Het internet is een grote exposé der middelmatigheid. Aanschouw de onnoembare veertien-in-een-dozijn blogs, lees de dagelijkse tragische Facebook-berichten, bezie duizenden deerniswekkende pseudograppige tweets, en het janken staat je al gauw nader dan de glimlach. Echt talent is dun bezaaid.

En creativiteit is in deze wereld juist het hoogste, het meest geprezene. Bestuur een land door woelige tijden en je bent een graaier, machtswellusteling en narcist. Aai met je voeten een bal zoals een moeder haar pasgeborene streelt en je bent een genie. Wee hij die dat hebbeding ontbeert: brille.

Al schrijvende leef ik in de illusie de uitzondering te zijn. Het te hebben. Verkneukel ik me aan mijn eigen majesteitelijke woordtovenarij, leiden mijn kwieke kwinkslagjes tot gladde glimlachjes.

Tot morgenvroeg. Als een zware kater spoelt het ochtendlicht de zelffelicitatie uit de ogen. Weer een halfbakken resultaat.

Dostojevski, wait for me. Overmorgen heb ik je.




Gefeliciteerd, u bent de eerste die deze site heeft uitgelezen! U wint een geheel verzorgde midweek Vlieland. Mail mij met als onderwerp 'Ik heb tijd over' om uw prijs te innen. (enkel geldig als u niet stiekem stukjes hebt overgeslagen!)